Spij­kers met koppen

Een toe­pas­se­lij­ker titel is niet denk­baar. Want die zijn in het club­huis de afge­lo­pen maan­den — let­ter­lijk en figuur­lijk — geslagen.

Ergens van­uit een hoek­je in het totaal gestrip­te club­huis klinkt het lied­je van Ed en Wil­lem Bever over een nijp­tang en een water­pomp­tang. Wil­gerd de Rui­ter mon­teert al neu­ri­ënd de laat­ste flexi­be­le poot­jes onder een van de tafel­bla­den en con­clu­deert trots: “Zo, die wie­be­len voor­lo­pig niet meer; de bier­vilt­jes kun­nen weer ergens anders voor wor­den gebruikt”. Zijn vrouw Mari­an­ne legt de verf­rol­ler even ter­zij­de om te over­leg­gen over de nieu­we kus­sen­tjes voor de ter­ras­stoe­len, die al weken­lang in een con­tai­ner­schip rond­drij­ven op een van de zeeën tus­sen India en Nederland.

Mari­an­ne en Wil­gerd de Rui­ter zijn sinds begin april bijna elke dag op de club te vin­den, ech­ter zon­der ook maar een golf­bal­le­tje te heb­ben aan­ge­raakt. Het vrij­wil­li­gers­werk zit de twee kers­ver­se leden van de Club­huis-com­mis­sie in het bloed. De coro­na-tijd kwam hen in dit geval goed van pas, want het res­tau­rant en het ter­ras waren gro­ten­deels leeg. Dus tijd en ruim­te voor een dras­ti­sche reno­va­tie. Het bleek hoog­no­dig, want het ach­ter­stal­li­ge onder­houd werd hier en daar pijn­lijk zichtbaar.

Samen met Göran, Susan­ne en Gebou­wen-com­mis­sa­ris Hen­nie van IJzen­doorn werd een plan gemaakt om de meest nood­za­ke­lij­ke ingre­pen te rea­li­se­ren; voor nu en in de nabije toe­komst. Tege­lij­ker­tijd keek Mari­an­ne met haar design-blik naar even­tu­eel moge­lij­ke ver­fraai­in­gen van het clubhuisinterieur.
Het bud­get speel­de zoals altijd par­ten, “maar dat maakt je nog inven­tie­ver”, con­clu­de­ren ze gezamenlijk.

Dead­line gehaald

Op 4 juni, een dag voor de her-ope­ning van het club­huis, is de belang­rijk­ste fase van de klus geklaard. Met hulp en bij­stand van onze tech­nisch onder­houds­man Richard Luij­er zijn alle muren gesausd, is de vloer geschuurd, zijn de dou­che­ruim­tes legi­o­nel­la-proof gemaakt, kan het meu­bi­lair weer tegen een stoot­je, zijn alle kroon­luch­ters afge­stoft, han­gen de wand­lamp­jes weer recht en is de bescha­dig­de schuif­pui opge­schuurd en gelakt. Tege­lij­ker­tijd zijn nieu­we stoe­len aan­ge­schaft, heb­ben alle club-tro­fee­ën een eigen plek gekre­gen en zijn de kin­der­spel­le­tjes keu­rig opge­bor­gen in een kast. Om maar een paar van de zaken te noe­men die onder­han­den zijn geno­men. 

Het tim­paan

Maar er was nog iets. Het enor­me lege tim­paan, de drie­hoeks­muur boven de bar, bleef een din­ge­tje. Mari­an­ne: “Hoe kon­den we die ruim­te invul­len, het liefst met een ver­wij­zing naar de voor onze jonge golf­club won­der­lij­ke naam ‘Old Course’?
Con­tact met PR-com­mis­sie­lid Ruud Taal leid­de tot een even onver­wach­te als cre­a­tie­ve oplos­sing. Hij vond bij — en met dank aan — het Rijks­mu­se­um een drie eeu­wen oude ets van Jan Luy­ken, ‘Kolf­spe­len­de jon­gens’. Die kij­ken nu op groot for­maat neer op alles wat zich in het club­huis, ons eigen ‘home of golf’, afspeelt. In een ver­kla­ren­de flyer, die mag wor­den mee­ge­no­men, kun­nen bezoe­kers van Old Cour­se Loe­nen de weg terug vol­gen naar de baker­mat van colf, het late­re kolf en golf.
Een Loe­nen­se ‘claim’, die hier­mee nog meer gestal­te krijgt.

Vanaf zater­dag 5 juni is de reno­va­tie te ‘bewon­de­ren’; ech­ter voor­lo­pig alleen nog op afspraak (zie de corona-regels).

Scroll to top